Als het riool het water niet meer aankan, zie je dat meteen: plassen op straat die niet weglopen, water dat terugkomt uit de afvoer of een onderlopen tuin na een flinke bui. Dit gebeurt omdat het rioolstelsel meer water aangeboden krijgt dan het kan verwerken. Gelukkig zijn er concrete stappen die je kunt zetten om de overlast te beperken, zowel op eigen terrein als door de gemeente aan te spreken.
Waarom kan het riool het water niet aan?
Rioolstelsels zijn ontworpen voor een bepaalde hoeveelheid neerslag per uur. Bij hevige regenbuien, zoals we die door veranderende weersomstandigheden vaker zien, komt er in korte tijd zoveel water neer dat de capaciteit simpelweg te klein is. Dat is geen defect, maar een mismatch tussen het ontwerp van het riool en de hoeveelheid neerslag.
Daarnaast speelt de verharding van straten, tuinen en opritten een grote rol. Vroeger zakte regenwater deels de grond in; nu stroomt het via tegels en asfalt direct naar het riool. Hoe meer verhard oppervlak in een wijk, hoe sneller het riool overbelast raakt. Ook verstoppingen door bladeren, vet of vuil kunnen de doorstroming beperken en de situatie verergeren.
Wat kun je zelf doen als het riool het water niet aankan?
Op eigen terrein heb je meer invloed dan je denkt. Een paar gerichte maatregelen verminderen de hoeveelheid water die jouw perceel naar het riool stuurt:
- Tegels eruit, groen erin. Vervang bestrating door gras, grind of waterdoorlatende tegels. Regenwater zakt dan in de grond in plaats van naar het riool te stromen.
- Grindbak of infiltratiekrat aanleggen. Een grindbak onder je tuin of oprit vangt water op en laat het langzaam de bodem in trekken. Dit vertraagt de aanvoer naar het riool aanzienlijk.
- Regenwaterafvoer loskoppelen. Als het hemelwater van je dak direct op het riool loopt, kun je dit scheiden. Leid het regenwater naar een regenton, de tuin of een infiltratievoorziening.
- Drempels en stoepranden ophogen. Een kleine drempel bij de ingang van je garage of tuin houdt water van de straat buiten. Soms is een hoogteverschil van een paar centimeter al genoeg.
- Vloerpeil verhogen. Bij laaggelegen ruimtes, zoals een kelder of een verlaagd terras, helpt het om het vloerpeil aan te passen zodat water er minder snel naar binnen loopt.
- Wadi aanleggen. Een wadi is een ondiepe greppel of laagte in de tuin die water tijdelijk opvangt. Het water zakt daarna geleidelijk de grond in. Dit werkt goed in grotere tuinen.
Wanneer is de gemeente aan zet?
Het riool op straat valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Als jouw straat of buurt structureel problemen heeft, is melden zinvol. Gemeenten zijn wettelijk verplicht om het riool te beheren en bij te houden. Veel gemeenten werken aan plannen om het rioolstelsel aan te passen aan hevigere neerslag, soms in combinatie met maatregelen in de openbare ruimte zoals extra groen, waterpleinen of grotere rioolbuizen.
Meld wateroverlast bij je gemeente via het gemeentelijk loket of de gemeentelijke website. Doe dit ook als de overlast steeds terugkomt op dezelfde plek. Structurele meldingen helpen gemeenten om problemen te prioriteren.
Afvoeren hoger aanleggen: wanneer is dat nodig?
Als water terugstroomt via de afvoer in je woning, ligt de oorzaak vaak in een overbelast riool dat terugslag veroorzaakt. In dat geval kun je een terugslagklep laten plaatsen in de afvoer. Deze klep laat water alleen in één richting door en voorkomt dat rioolwater je woning in komt. Een andere optie is om de afvoeren in je pand hoger aan te leggen, zodat water minder snel terugstroomt. Dit is maatwerk en vraagt om een loodgieter of rioolspecialist.
Zit je in een laaggelegen pand of wijk, dan is een combinatie van maatregelen het meest effectief: minder verhard oppervlak op eigen terrein, een terugslagklep op de afvoer en contact met de gemeente over de grotere aanpak. Eén maatregel lost het probleem zelden volledig op, maar samen maken ze een flink verschil.


