De afvoer van een wasmachine aansluiten doe je door de afvoerslang in een standpijp, sifon of gootsteen te hangen op een hoogte van minimaal 60 en maximaal 100 centimeter. Doe je dat lager, dan loopt het water te vroeg weg. Doe je het hoger, dan kan de pomp het water niet goed wegpompen. Met de juiste hoogte en een goede bevestiging werkt je wasmachine direct correct.
Wat heb je nodig?
Voordat je begint, zorg je dat je het volgende bij de hand hebt:
- Een afvoerslang (zit meestal bij de wasmachine geleverd)
- Een slanghouder of haak om de slang op de juiste hoogte te bevestigen
- Een aanvoerslang met waterslot (voor de watertoevoer)
- Een waterpas om de wasmachine recht te zetten
- Eventueel trillingsdempers onder de machine
De afvoerslang is het onderdeel waar dit artikel over gaat. De aanvoerslang en het waterpas gebruik je bij de bredere installatie van de wasmachine.
Wasmachine afvoer aansluiten: de stappen
Volg deze volgorde voor een correcte aansluiting van de afvoer:
1. Kies het juiste afvoerpunt. Je kunt de afvoerslang op drie manieren aansluiten: in een standpijp (een aparte afvoerbuis in de muur), via een sifon onder de gootsteen, of losjes over de rand van een gootsteen. De standpijp geeft de netatste en betrouwbaarste aansluiting.
2. Let op de hoogte. Hang de slang op een hoogte van minimaal 60 centimeter en maximaal 100 centimeter boven de vloer. Dit is de technische eis die voorkomt dat de machine tijdens het wassen leegloopt of niet goed afpompt. Bij de meeste wasmachines staat dit ook vermeld in de handleiding.
3. Bevestig de slang met een slanghouder. Hang de slang in een U-bocht en klem de slanghouder aan de rand van de gootsteen of bevestig hem aan de muur. Zo hangt de slang stabiel op de juiste hoogte en valt hij er niet tussentijds uit.
4. Steek de slang niet te ver in de standpijp. Duw de afvoerslang maximaal 15 centimeter in de standpijp. Steek je hem dieper, dan ontstaat er een onderdruk waardoor het water niet goed wegloopt. Er moet lucht tussen de slang en de buis kunnen stromen.
5. Controleer op lekkage. Draai een kort wasprogramma en kijk of er water weglekt bij de aansluiting. Controleer ook of het water goed en volledig wordt afgevoerd zonder dat er terugstroom is.
Veelgemaakte fouten bij het aansluiten van de afvoer
Een slang die te laag hangt, is de meest voorkomende fout. Het water loopt dan al weg terwijl de machine nog aan het wassen is, waardoor het wasprogramma niet goed werkt of de machine blijft bijvullen. Dit herken je aan een wasmachine die constant water lijkt te verbruiken.
Een andere fout is de slang te strak in de standpijp duwen. Dat geeft een luchtdicht geheel, waardoor er terugstroom ontstaat of de afvoer trager gaat. Laat altijd een kleine opening vrij rondom de slang in de buis.
Tot slot: gebruik de slanghouder altijd. Zonder houder kan de slang tijdens het centrifugeren uit de gootsteen springen, wat voor een flinke wateroverlast op de vloer zorgt.
Standpijp, sifon of gootsteen: wat werkt het best?
Een standpijp in de muur is de neatste oplossing. De slang blijft op vaste hoogte, er is geen risico dat hij eruit valt en de aansluiting ziet er verzorgd uit. Dit is ideaal als je wasmachine een vaste plek heeft in een bijkeuken of wasmachineruimte.
Een sifon onder de gootsteen werkt ook goed. Je sluit de afvoerslang dan aan op een speciaal aansluitpunt op de sifon. Let op dat de sifon hiervoor geschikt is; niet elke sifon heeft zo’n aansluiting. Je kunt er een kopen bij de bouwmarkt voor een bedrag van naar schatting 10 tot 20 euro in 2026.
De losse slang over de rand van de gootsteen is de eenvoudigste optie maar ook de minst stabiele. Gebruik altijd een slanghouder die de slang op de goede hoogte vasthoudt en bevestig die stevig aan de rand.
Zodra de afvoerslang correct hangt op de juiste hoogte, stevig bevestigd is en niet te ver in de afvoerbuis steekt, is de aansluiting klaar. Een kort testprogramma bevestigt of alles goed werkt. Zo voorkom je wateroverlast en zorg je dat je wasmachine jaar na jaar probleemloos afvoert.


